BEGELEIDINGSNOEIEN

Bij begeleidingsnoeien wordt de boom regelmatig gesnoeid tot hij zo groot is dat de laagste takken minimaal 4,5 meter boven het wegdek hangen. Dit is noodzakelijk omdat anders het verkeer hinder kan ondervinden van de takken.

INNEMEND SNOEIEN

Bij innemend snoeien wordt de boom kleiner gemaakt omdat hij anders te groot wordt voor de omgeving, ook kan het gedaan worden als takken te zwak zijn geworden en eruit kunnen breken.

UITDUNNEND SNOEIEN

Bij uitdunnend snoeien wordt het dode hout uit de boom gehaald en wordt er voor gezorgd dat er meer licht in de kroon van de boom kan komen. Doordat er meer licht bij de kroon kan komen kan de boom beter groeien wat als voordeel heeft dat er minder hout dood gaat. Bij uitdunnend snoeien blijft de omvang van de boom het zelfde.

KANDELABEREN

Bij kandelaberen wordt de boom doormiddel van snoeien 50% kleiner gemaakt. Dit wordt gedaan om de boom weer veilig te maken, kandelaberen word dus uitgevoerd als de boom bijvoorbeeld niet meer veilig is maar toch behouden moet blijven. Het wordt ook wel uitgevoerd als de boom in grote hoedanigheid overlast bied.

Knotten

De knotwilg is de meest voorkomende boom die “geknot” moet worden en is veelal te zien in de polder langs de slootkant. De reden dat deze bomen aan de slootkant staan is omdat ze de oevers verstevigen.

Het hout van de knotwilgen wordt al jaren voor verschillende doeleinden gebruikt, namelijk om:
• Afscheidingen, beschoeiingen en gereedschapsstelen van te maken;
• Manden te vlechten;
• Als bandstof te gebruiken.

Het juiste tijdstip om de wilgen te knotten is als er geen blad aan zit.
De takjes worden een voor een met de kettingzaak afgezaagd.
De reden dat het gedaan wordt is dat als de takken te hoog worden ze te zwaar worden en uit de boom breken.

knotten voor

 knotte achter